Geschiedenis
Van Lekboot tot partyschip Kapitein Kok

Na de grote zeilvaart, zo rond 1817 kwamen de eerste raderstoomboten in Nederland. Dat was voor die tijd nogal wat, de mensen vergaapten zich, want hoe kon een schip tegen de stroom in varen zonder zeilen? Koning Willem I werd zo enthousiast, dat hij zelfs een koninklijk raderjacht liet bouwen en opdracht gaf raderboten voor de marine te bouwen. In de loop van de jaren breidde de vloot van Nederlandse raderboten zich uit tot enige honderden schepen. Alle originele Nederlandse raderboten die zich op schepraderen voortbewegen zijn gesloopt op één na en dat is de radersalonboot Kapitein Kok met als thuishaven Amsterdam. Deze radersalonboot maakte deel uit van een vloot van 6 raderschepen, die een regelmatige dienst onderhielden op de rivier de Lek. Op 8 mei 1857 werd door een aantal reders de STOOMBOOTDIENST OP DE LEK opgericht, speciaal voor het personen- en goederenvervoer op het traject Rotterdam-Schoonhoven. Op 10 augustus van dat jaar werd de dienst gestart met de raderstoomboot “Schoonhoven”.
In het begin zag de onderneming er weinig rooskleurig uit. De zaken floreerden niet erg en men kampte in de eerste week van het bestaan al met pech van een aanvaring. Voor een schade van € 18,-- zou men vandaag zijn hand niet omdraaien, maar in die tijd vond met het kennelijk zoveel dat men er een proces over ging voeren. Gelukkig keerde het tij en kon de “Reederij Op de Lek” er in de jaren die volgden een aantal schepen bij kopen om de dienst uit te breiden. De raderboot die nu onder de naam van de laatste gezagvoerder “Kapitein Kok” in 1977 opnieuw in de vaart is gebracht, werd in 1911 onder de naam Reederij op de Lek no. 6 gebouwd op de scheepswerf van J&K Smit in Kinderdijk.
Het is wel aardig om te weten aan welke voorwaarden de rederij in 1866 moest voldoen om de dienst Culemborg – Rotterdam te mogen uitvoeren.
In de reglementen lezen we ondermeer: “………dat zich aan boord een klok moet bevinden ter waarschuwing van het publiek….de conducteur moet bij aankomst de scheepsklok luiden, op welk teken de passagiers gehouden zijn zich naar de valreep te begeven…….roken van een pijp aan boord is slechts toegestaan indien de pijp uitgerust is met een dopje…..
Het laadvermogen bedroeg 131 ton en in 1911 konden er 1200 passagiers vervoerd worden, tevens vrachtgoed en vee en werd het door 10 bemanningsleden bediend. Het schip werd oorspronkelijk uitgerust met olielampen maar in 1916 ging men over op elektrisch licht.
Samen met andere rederijboten werd een geregelde dienst onderhouden tussen Schoonhoven, Ammerstol, Bergambacht, Nieuweveer, Streefkerk, Nieuw Lekkerland, Lekkerkerk, Slikkerveer, Bolnes, Kralingseveer, Rotterdam. De tocht met de Lekboten was een bijzonder gezellige aangelegenheid.
Kaas, huiden, melk, erwten, bonen, meel, koeien en varkens en nog veel meer vormden de vracht van de raderboten. Daarbij de passagiers. Er was een eerste klasse salon, fraai bekleed met rood pluche en toiletten voor dames en heren.
De meeste passagiers reisden echter tweede klasse en moesten het doen met W.C.’s voor mannen en vrouwen. Voor de bediening van de passagiers was er een hofmeester in de regel bijgestaan door zijn vrouw en een dienstbode.
Voor € 0,12 kon men al naar Rotterdam, dat betaalde men trouwens ook voor het vervoer van een mud aardappelen. Een eendvogel kostte € 0,04. Voor duizend stenen betaalde men €1,13. Voor “koeien en ossen” € 0,50 en voor paarden € 1,00.
In maart 1948 werden de diensten van de Lekboten opgeheven. Het vervoer langs de weg nam toe, bussen en vrachtwagens konden het goedkoper doen dan de Reederij-boten.
Een stukje historie verdween met de toenemende modernisatie. Kapitein Teunis Kok, de laatste gezagvoerder van de “Reederij op de Lek No. 6” onder wiens naam de raderboot nu weer in de vaart is, kwam in 1910 als dekjongen op één van de Reederij schepen aan boord. Hij klom op tot kapitein van de No. 6. Bij de restauratie was het een ontroerende ontmoeting tussen de 91 jaar oude gezagvoerder en “zijn” schip. Helaas heeft kapitein Kok de 1e vaart van het gerestaureerde schip niet meer mee mogen maken. Enkele weken na het weerzien is hij overleden.
Het gehele dorpsleven in de Krimpenerwaard was verweven met de Reederij op de Lek. Een bootreis naar de stad was voor een kind een belevenis. Stond je achter de kerk, dan zag je de boot statig komen aanvaren. Zij stak de rivier over opgewacht door de veerman die de trossen vastmaakte. Nadat de passagiers hun doel bereikt hadden ging je de loopplank over en was je in een andere wereld. Een wereld die geurde naar touw door de grote rollen die als vracht werden meegevoerd en vermengd met de geur van stoom en kolen die uit de machinekamer opsteeg. In de doorgang naar het achterschip stond een grote bruine drinkwatertank met onderaan een kraan en een ketting met daaraan een emaille drinkkroes waarmee je je dorst kon lessen. In de zomer zat je 2e klasse op het voordek onder de zonnetent soms tussen vrachtgoed en koeien of in het vooronder waar ook het buffet was. Aan de zoldering hingen haken waar het personeel van de boot ’s avonds de hangmatten aan bevestigde om de nacht door te brengen. Het achterschip vormde de 1e klasse. In het achteronder heerste altijd een gezellige sfeer van mensen die zaten te praten, te kaarten of te dammen.
Vooral op marktdagen was het daar een drukte van belang. Op het dek en promenadedek waren de salons, die een prachtig uitzicht boden over de rivier. Slechte weersomstandigheden brachten afwisseling in de route van het reizen. Plotseling opkomende mist noodzaakte de kapitein soms halverwege twee aanlegplaatsen voor anker te gaan. Je moest dan maar afwachten wanneer de reis kon worden vervolgd. Was er ’s winters veel drijfijs dan konden de raderboten niet varen. Hoge waterstand toonde een ander beeld. De aanlegsteigers stonden dan onder water en de passagiers werden door het personeel van de boot gedragen. Dit trok veel bekijks en er ging menig hoeraatje op als de dragers soms een minder geziene passagier niet konden houden waardoor hij in het water terecht kwam.
De radersalonboot Kapitein Kok speelde ook een rol in de meidagen van 1940, toen het schip ingezet werd voor de evacuatie van veel bewoners van Rhenen.
Radersalonboot Kapitein Kok biedt tegenwoordig een unieke entourage voor exclusieve party’s en tal van andere zakelijke of feestelijke privé evenementen tot maximaal 375 gasten.
